In september 2010 verschijnt een nieuw boek van Jef Peeters, docent aan de Sociale School Heverlee (KHLeuven). In dit boek gaat de auteur in op de samenhang tussen de ecologische crisis en de wereldwijde groeiende sociale kloof. Dit is voor het sociaal werk een zeer belangrijke uitdaging, de sociale kloof groeit niet alleen in nieuwe opkomende landen, maar bestaat in onze eigen wereld ook nog steeds. Het is deze laatste dimensie die in dit werk sterk aan bod komt. Om het met de woorden van inleider Hans Bruyninckx te zeggen: “De sociaal-economische dimensie, die [in duurzame ontwikkeling] tot nog toe vaak wat in de schaduw stond, krijgt in dit werk de prominente plaats die ze verdient”. Ook het luik educatie komt sterk aan bod, welke bewustwordingsprocessen kunnen aan duurzame ontwikkeling verbonden worden om bij te kunnen dragen aan maatschappelijke verandering. VODO leverde niet enkel een bijdrage aan dit boek, maar in het aanloop proces van dit boek: het lerende netwerk “Oriëntatie van Sociaal werk op duurzame ontwikkeling” werd er uitvoerig naar het werk van VODO rond de sociale dimensie van duurzame ontwikkeling gerefereerd. We onthouden van dit boek de belangrijkste bijdrage is van het sociaal werk aan duurzame ontwikkeling gemeenschaps- en netwerkvorming is. En deze verbanden dienen veerkrachtig te zijn om in een snel veranderende wereld de strijd voor een meer rechtvaardige en leefbare wereld te kunnen aangaan.
Voorwoord door Hans Bruyninckx:
Dat we moeten streven naar een meer duurzame samenleving wordt door grote groepen in de samenleving aanvaard. Maar tegelijk klinkt dit wat ongrijpbaar, ja zelfs abstract: hoe gaan we dat aanpakken? Wat kan ik daar toe bijdragen? Wat is de rol van mijn organisatie in dit verhaal? Gaat dit verder dan een nieuwe vorm van milieubeleid? Concrete vragen waar zowel beleidsplanners als praktijkmensen mee zitten wanneer ze wiillen of moeten werken aan duurzame ontwikkeling binnen hun eigen werkveld,
organisatie of verantwoordelijkheid. ‘Duurzame ontwikkeling is’ – om een bestseller van enige tijd geleden te parafraseren –'een werkwoord’. Dat is in essentie de benadering van de auteurs in dit boek. De discussie over de onduidelijke inhoud en betekenis van duurzame ontwikkeling en de kritiek dat het een te vaag begrip is, krijgt doorheen de hoofdstukken een ‘sociale diimensie’. Duurzame ontwikkeling krijgt inhoud en betekenis door de sociale praktijken die erdoor ontstaan. Het is een zichzelf-realiserend concept. En omdat sociale praktijken steeds keuzes inhouden wordt ook het debat en de discussie over duurzame ontwikkeling
als brede maatschappelijke doelstelling gevoed vanuit de praktijk. Dat is overigens niet zo anders met de concepten die de sociale verandering en strijd van de vorige twee eeuwen kenmerkten, namelijk vrijheid, gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Ook deze concepten leid(d)en bij theoretici en filosofen tot grote debatten over definitie en inhoud, maar hebben uiteindelijk inhoud gekregen door concrete sociale actie, strijd en organisatie. Dit boek levert in die zin een cruciale en zeer tijdige bijdrage aan de vraag om duurzame ontwikkeling concrete inhoud te geven. De auteurs zijn een goede mengeling van mensen die al jaren expliciet rond duurzame ontwikkeling werken en anderen die hun eiigen werk en inzicht herinterpreteren vanuit de uitdaging van duurzame ontwikkeling. De hoofdstukken verwijzen naar delen van de sociale realiteit die omwille van een referentie aan duurzame ontwikkeling een andere inhoud, of minstens een andere dimensie krijgen. De rol van het klassieke middenveld, maar ook nieuwe vormen van
‘sociale beweging’ en organisatie komen daarbij overtuigend aan bod. Ook het feit dat de brede consensus over de wenselijkheid van een meer duurzame samenleving niet leidt tot eenzelfde consensus over welke maatschappelijke veranderingen daarvoor noodzakelijk zijn, komt op overtuigende wijze aan bod. Maatschappelijke strijd,organisatie en mobilisatie vormen deel van de praktijk van duurzame ontwikkeling. Het is duidelijk dat we hier slechts aan het begin staan van verder te ontwikkelen praktijken. Maar ook op een ander vlak is dit boek van belang voor wie aan de duurzaamheidspraktijk wil bijdragen. Het overstijgt namelijk de ecologische dimensie van duurzaamheid op een overtuigende wijze. De sociaal-economische dimensie, die tot nog toe vaak wat in de schaduw stond, krijgt in dit werk de prominente plaats die ze
verdient. Vanuit een visie op thema’s zoals armoede, sociale rechtvaardigheid, gender en andere wordt aangegeven hoe klassieke praktijken een nieuwe dimensie krijgen omwille van een sterke koppeling met duurzaamheidsvraagstukken. Dat wil uiteraard niet zeggen dat de ecologische dimensie niet aan de orde is. Maar ook hier slagen de auteurs erin om het debat te verbreden en te ontkoppelen van het klassieke ‘milieubeleid’ (zonder dit af te schrijven, want er is daar nog een hele weg af te leggen!). Een laatste overtuigende bijdrage komt uit de discussie over de rol van educatie in het duurzaamheidsverhaal. Welke kenniselementen, welke bewustmakingsprocessen, welke manieren om mensen een gevoel van empowerment te geven kunnen bijdragen aan maatschappelijke verandering in de richting van duurzame ontwikkeling. Geen eenvoudige discussie, gegeven de onduidelijke einddoelen, de prille praktijk, de breedte
van het onderwerp en de essentiële discussies over de rol van educatie. De auteurs slagen er alvast in een bijdrage te leveren tot het scherper stellen van een aantal vragen en het formuleren van een kritische reflectie op bestaande educatieve praktijken. Het werk is voor een belangrijk deel ontstaan vanuit de praktijk van het sociaal werk en de nood aan reflectie op duurzame ontwikkeling in de opleiding voor sociaal werk. Het is in die zin een primeur en een stevige basis om zowel de educatieve aspecten als het werkveld te inspireren. Maar het boek is veel meer dan dat. Mijn enthousiasme en appreciatie bij het lezen van de hoofdstukken was groot omwille van de originaliteit en de reikwijdte van de inhoud. Het is mijn sterke overtuiging dat duurzame ontwikkeling als concept maar inhoud krijgt door er in sociale praktijken inhoud aan te geven. Daardoor ontstaat er ook een betekenisvol maatschappelijk debat – er kan immers over iets
concreets gepraat worden – en leidt duurzame ontwikkeling tot maatschappelijke organisatie – men organiseert zich rond concrete praktijken. In dit boek staat deze benadering centraal, krijgt ze relevante inhoud en wordt er kritisch op gereflecteerd. Het is zonder meer een belangrijke bijdrage aan het debat over hoe we verdere stappen kunnen zetten naar een sociaal rechtvaardige duurzame samenleving.
Hans Bruyninckx
Professor Milieubeleid en Duurzame Ontwikkeling, K.U.Leuven
en coördinator Vlaams Steunpunt Duurzame Ontwikkeling



