Rond vijf uur ’s ochtends plaatselijke tijd op zaterdag 11 december sloot voorzitster Patricia Espinoza de klimaattop te Cancùn officieel af. De onderhandelaars gaan naar huis met een compromistekst die de wereld niet in één ‘big bang’ zal redden van de klimaatchaos, maar die het UNFCCC-onderhandelingsproces wel redde van een fatale legitimiteitscrisis door voorzichtige maar concrete vooruitgang te boeken op een aantal sleuteldomeinen in de strijd tegen de klimaatverandering.De twee uitputtende weken te Cancùn – hoedje af voor de uithouding en toewijding van de Belgische onderhandelaars – leverden onder meer een nieuw Groen Klimaatfonds onder de voogdij van de COP en met een gelijke vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden en industrielanden in de beheersraad op. Dit is een belangrijke verwezenlijking, al was het wel teleurstellend dat in de laatste rechte lijn de verwijzing naar het belang van genderevenwicht sneuvelde. Het akkoord nam ook de gemaakte reductiebeloftes in het Verdrag van Kopenhagen over en erkent dat deze onvoldoende zijn om de 2°C doelstelling te halen en dus moeten opgedreven worden. Ook op vlak van adaptatie, technologie-overdracht en capaciteitsopbouw werd concrete vooruitgang geboekt.
Een belangrijke lacune is dat het akkoord geen duidelijk engagement bevat om tegen de volgende klimaattop te Durban (Zuid-Afrika) werk te maken van innovatieve financieringsbronnen en bindende reductiedoelstellingen in lijn met wat volgens de wetenschappers nodig is. Ook slaagde de Annex 1 landen er (nog) niet in om zich tot een 2e verbintenisperiode voor het Kyotoprotocol te verbinden. Vergeleken met wat als politiek haalbaar werd gezien, lost dit akkoord een groot deel van de verwachtingen in. In vergelijking met wat nodig is om klimaatchaos te voorkomen, is dit dik onvoldoende. Frustrerend dat die twee zo ver uit elkaar liggen.
ps. tot onze vreugde vernamen we ondertussen van de Nederlandstalige Vrouwenraad dat er in de eindtekst van Cancún wel degelijk sprake is van gendergelijkheid!







